Bruggenbouwer voor de Höhner

Bruggenbouwer voor de Höhner

Bruggenbouwer voor de Höhner

Bruggenbouwer voor de Höhner

Op LinkedIn wordt je doodgegooid met termen zoals ‘bruggenbouwer’, ‘verbinder’, ‘netwerker’ en soortgelijke typische managementtaal. Als taalgevoelige tektstschrijver prik ik daar zo doorheen; in mijn ogen zijn het grotendeels nietszeggende wollige termen. Want laten we wel wezen: als we het over managementtaal hebben, is er sprake van veel gebakken lucht en gewichtigdoenerij. En als je je LinkedIn-profiel in het Engels opstelt, wat tegenwoordig in de mode schijnt te zijn, komt zelfs een eenvoudige stratenmaker nog over als een erudiete professor. Desalniettemin heb ik onderstaand een mooie ‘best practice’ – om in managementtaal te blijven – waaruit blijkt dat ook ikzelf mij voortaan op LinkedIn gerust mag presenteren als ‘bruggenbouwer’, ‘verbinder’ en ‘netwerker’. Alvast veel leesplezier gewenst bij dit sterk staaltje van – excusez le mot- ‘storytelling’!

=====================================================================

Kennen jullie dat, dat je heel enthousiast over iets bent, maar er (nog) met niemand over mag praten? Zoiets heb ik in de afgelopen maanden meegemaakt. Ik wist namelijk al heel lang dat Joost Vergoossen uit Echt in de running was om de nieuwe gitarist te worden van de Keulse cultband de Höhner. (Ter verduidelijking: bij onze oosterburen zijn de Höhner al ruim veertig jaar een echt instituut; in Nederland misschien alleen vergelijkbaar met een band als Golden Earring). Maar we hadden met elkaar afgesproken dat ik daarover absoluut niets naar buiten mocht brengen, zolang het nog niet zeker was dat hij werd aangenomen. Tot eergisteren, toen de kogel door de kerk was en de Höhner in een officiële persverklaring vol trots  de komst van hun nieuwe ‘Holländische Gitarist’ aankondigden. Gisteravond werd dat in de live-uitzending ‘Kölner Sommertreff’ op de WDR nog eens dunnetjes overgedaan. Daar werd Joost uitgebreid geïntroduceerd aan het Duitse publiek, als ware het de nieuwe spits van Bayern München. Maar dat is niet een zo’n gekke vergelijking, want − heel anders dan in Nederland − wordt er bij onze oosterburen veel meer opgekeken naar  topsporters en topmuzikanten en ze worden daar ook met meer respect behandeld. Daar bén je echt iemand als je ergens in uitblinkt.

Mijn bescheiden maar niet onbelangrijke rol in dit verhaal is dat ik degene ben die het lumineuze idee had om Joost bij de Höhner aan te bevelen. Met andere woorden: zonder mij was Joost (hoogstwaarschijnlijk) nooit bij de Höhner terecht gekomen. Dat kwam zo. In september 2014 had ik Joost − die destijds onder meer voor Het Goede Doel en Kayak speelde en ook in de band van Ilse de Lange had gespeeld  − eens geïnterviewd voor het toenmalige Zondagsnieuws. In dat artikel vertelde Joost ook dat hij al tot twee keer toe was uitgeroepen tot ‘Beste gitarist van de Benelux’. Kortom, dat Joost een uitzonderlijk goede gitarist is, kon zelfs mij als leek niet ontgaan. Bij dat interview gaf Joost mij ook een CD cadeau die hij toen net had opgenomen: ‘Breaking the cycle’, een album met uitsluitend instrumentale gitaarmuziek. Die CD heb ik grijsgedraaid. Ook al heb ik Joost sinds die tijd nooit meer gezien of gesproken, ik heb hem wel altijd in mijn achterhoofd gehouden.

Begin april las ik op internet een bericht dat gitarist John Parsons, die tien jaar bij de Höhner heeft gespeeld, de band per 1 juli zou gaan verlaten.  Als fervent Höhner-fan volg ik dit soort nieuwtjes op de voet, vandaar. Toen ik dit las, moest ik meteen aan Joost Vergoossen denken. Zouden de Höhner nu misschien al op zoek zijn naar een nieuwe gitarist, en zo ja, zou dit dan niets voor Joost zijn? Nu, achteraf, ben ik ontzettend trots dat ik de tegenwoordigheid van geest had om op dit idee te komen. Maar eerlijk gezegd heb ik eerst nog lang getwijfeld of ik dit wel aan Joost moest laten weten. Wellicht vond hij het wat kinderachtig of zat hij helemaal niet te wachten op zo’n Duitse band die ‘carnavalsmuziek’ speelt. Pas na een week of twee heb ik dan toch maar via een privéberichtje op Facebook Joost hierop attent gemaakt. Hij reageerde meteen enthousiast: ‘Ik ga het zeker eens bekijken. Thx voor de tip!”Maar hoe kom ik in contact?’, schreef hij. Dat was een goeie. Ja, want hoe kom je in contact met de Höhner? Ze staan niet in het telefoonboek en ook op hun officiële website is nergens een telefoonnummer of mailadres te vinden. Pas na lang googlen vond ik uiteindelijk de naam van Jürgen Hoppe, de manager  van de Höhner. Vervolgens heb ik hem een mailtje gestuurd met de mededeling dat ik wel een topgitarist voor de Höhner wist en gevraagd op welke manier Joost zich eventueel kan ‘bewerben’.

Ondertussen had ik, als Höhner-kenner bij uitstek, Joost al beetje bij beetje voorgelicht over deze topband. Hij kende de band weliswaar van horen zeggen en van hun tophit ‘Viva Colonia’, maar veel méér wist hij er niet van af. Ik heb hem toen duidelijk gemaakt dat de Höhner zogezegd de Beatles van de Keulse carnavalsmuziek zijn en in hun genre de absolute top vormen in Duitsland. Ik twijfelde er sowieso niet aan dat Joost het hoge muzikale niveau van de Höhner aan zou kunnen. Maar vooral qua uitstraling vond ik hem perfect bij de Höhner passen. “Want net als jou zijn het allemaal stoere mannen, echte kerels”, schreef ik eens in een app-berichtje.  In mijn geestesoog zag ik Joost al zo bij de Höhner spelen, en dat al lang vóórdat hij in contact kwam met de band. Kennelijk heb ik toch wel een goede kijk op mensen en een scherpe vooruitziende blik, méér dan ikzelf vaak wil toegeven.

Op 1 mei ging bij mij ’s middags de telefoon. Thomas Brück, de producer van de Höhner aan de lijn. Hij was op spoed op zoek naar ene Joost Vergoossen, want volgende week wilde hij beginnen met de audities voor de nieuwe gitarist. “Sind Sie der Manager von Herr Vergoossen?”, wilde hij weten. Had ik maar met ‘ja’ geantwoord, dan had ik er als zelfbenoemde artiestenmakelaar bij deze deal misschien ook nog wat voor mezelf uitgesleept, maar in plaats daarvan vertelde ik de waarheid en zei ik dat ik ‘nur ein Bekannter’ ben. Ik heb toen geprobeerd om Joost zo snel mogelijk te pakken te krijgen, maar alsof de duvel ermee speelde was hij die dag onbereikbaar. Pas ’s avonds belde Joost mij, waarbij ik hem op het hart heb gedrukt om vooral de volgende dag meteen met de producer te bellen, wetende dat dit weleens een unieke kans voor hem zou kunnen zijn.

Vervolgens hoorde ik wekenlang niets meer van Joost. Dat vond ik wat vreemd. Dat kon twee dingen betekenen: όf het was op niets uitgelopen (maar in dat geval had hij mij dat op z’n minst kunnen laten weten), όf hij was inmiddels al serieus in beeld bij de Höhner maar moest dat zoveel geheim houden. Zoals ik al vermoedde, was dat laatste inderdaad het geval. Want toen ik op 29 mei bij Joost informeerde naar de stand van zaken, vertelde hij me dat hij inmiddels bij de sollicitatieprocedure voor een nieuwe gitarist al tot de  laatste drie kandidaten behoorde en dat hij binnenkort bij wijze van proef alvast met een aantal concerten mocht meespelen!

Dat laatste wilde ik natuurlijk weleens met eigen ogen zien. Op donderdag 5 juli deed die gelegenheid zich voor bij een concert op Burg Wilhelmstein in Würselen, vlakbij Aken. Joost was zo vriendelijk geweest mij op de gastenlijst te zetten. Mooi om getuige te zijn van het allereerste optreden van Joost bij de Höhner, precies zoals ik enkele maanden geleden al voor mijn geestesoog had gezien! Naast mij op de tribune zat Jacqueline Mestrom, de vriendin van Joost. In de pauze van het concert vroeg producer Thomas Brück of zij even backstage naar Joost wilde. Jacqueline vroeg mij of ik ook mee wilde gaan. Was dat even boffen! Daar zaten ze dan, de Höhner, buiten aan een tafeltje, gewoon pratend over koetjes en kalfjes. Toen ik duidelijk maakte dat ik degene was die Joost had aanbevolen, bedankte met name bassist Hannes Schöner mij hiervoor. Wat mij opviel was dat de bandleden plus crew niet alleen op de bühne, maar ook achter de schermen heel hartelijk met elkaar omgaan, alsof het één grote  familie is. Maar in feite is het dat ook, want alleen al in het carnavalsseizoen hebben zij  gemiddeld zo’n tweehonderd optredens. In hun bestelbusje haasten zij zich dan van de ene naar de andere ‘Herrensitzung’. Als je zoveel op elkaars lip zit en elkaar meer ziet dan je eigen vrouw of vriendin, moet de ‘Chemie stimmen’, zoals ook frontman Hennig Krautmacher gisteravond op de WDR terecht vertelde. En dat de chemie tussen Joost en de Höhner klopt, is wel duidelijk. Hem staat meteen een mooi avontuur te wachten, want op 29 september stappen de Höhner, samen met honderdtwintig leden van het beroemde Keulse carnavalsgezelschap Rote Funken,  in het vliegtuig voor een concertreis in Cuba. Voor Joost zal hoe dan ook een heel nieuwe wereld opengaan. En zoals gezegd: in mijn ogen is Joost als het ware voor de Höhner geboren en zal dat voor hem echt als ‘thuiskomen’ voelen.  De tijd zal het leren, maar ik denk dat ik het ook deze keer weer bij het rechte eind heb.

 

 

 

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.